Het nieuwe continent Aqua-destra,

Oceaan vol plastic troep

Door René Didde

Ergens op de Stille Oceaan, tussen San Francisco en Hawaï, drijft een serie vreemde objecten. Het is een soort archipel, tien jaar geleden ontdekt, die minstens zo groot is als Frankrijk, Spanje en Portugal samen. Dat is een conservatieve raming; er circuleren ook schattingen waarbij aan het ding tweemaal de omvang van de Verenigde Staten wordt toegekend.
Het is geen nieuw ontdekt eilandenrijk dat door Columbus en zijn opvolgers over het hoofd is gezien. Het gaat om een kolossale drijvende hoeveelheid plastic. Afvalplastic om precies te zijn, voornamelijk afkomstig van de stranden van de Amerikaanse westkust.
De plastic brij dobbert op de wervelstroom van de Stille Oceaan, die door de passaatwinden in stand wordt gehouden. De typische oceaancirculatie komt ook tot stand door de roterende aarde. Een enorme maalstroom, van de Amerikaanse westkust tot Japan, trekt daardoor langzaam noordwaarts en legt vervolgens de afstand oostwaarts naar Canada af, waarna de wervelstroom zuidelijk verloopt.
De randen van de wervelstroom zijn continu in beweging en hebben een hoger zeeniveau dan verder naar binnen, waardoor de plastic brij steeds geconcentreerd in het centrum bij elkaar blijft drijven. Door deze typische wervel of gyre komt er naast afval van de Verenigde Staten ook Canadese rommel in het zwevende kunststofkerkhof terecht, terwijl tegelijkertijd aan de andere kant van de oceaan Japan en Indonesië een forse bijdrage aan de afvalstroom leveren. In de Zuidelijke Stille Oceaan, onder de evenaar, verloopt de oceaanwervel precies omgekeerd.


volkskrant_page1_image1.jpg


Milieuorganisaties beschouwen de draaikolk van afval als de grootste vuilnisbelt ter wereld. Uit een inventarisatie van de Amerikaanse milieuorganisatie Ocean Conservancy, die onder meer met vrijwilligers de stranden schoonmaakt, blijkt dat het zeezwerfvuil voor ongeveer 80 procent afkomstig is van het land. 20 procent van het plastic komt van overboord geslagen containers met speelgoedeendjes tot en met plastic granulaatkorrels uit de beroepsvaart en allerhande troep die de pleziervaart over de reling kiepert.
De Amerikaanse organisatie schat dat de drijvende plasticsoep tussen 2001 en 2006 voor 13 procent uit plastic wegwerpflessen bestond, voor 9 procent uit plastic zakken en verder uit miljoenen rietjes, ballonnen, deksels van milkshakebekers, in zee geraakt strandspeelgoed, frisbees, touw en vislijnen. Complete kunststofzeilen van stuk gewaaide landbouwkassen, lege vaatjes met landbouwchemicaliën, de hele santenkraam zwerfvuil waait de zee in.
Vogelmagen
Sinds de dobberende kunststofbelt tien jaar geleden in de Stille Oceaan werd ontdekt, is de maalstroom alleen maar toegenomen. Ook op de zes andere grote oceaanwervelingen kunnen deze samendrijvende plastic afvalbelten ontstaan, waarschuwt Jan van Franeker. De zeebioloog van Wageningen Imares op Texel analyseert al jaren de maaginhoud van Noordse stormvogels in onze contreien.
In 2006 bleek uit een studie van de UNEP, het milieuprogramma van de VN, dat op elke anderhalve vierkante kilometer zee 46 duizend plastic deeltjes zwerven, variërend van verloren teenslippers tot minuscule plastic snippers. ‘Vanaf de jaren tachtig zagen we een scherpe toename van de hoeveelheid kunststoffen in de maag van de vogels. Tot en met stukken tandenborstel en balpendopjes aan toe’, zegt Van Franeker.
Veel vogels maar ook kreeftachtigen en zeehonden raken verstrikt in de plastic ring van een sixpack, een plastic zak of een nylon koord. Op het internet circuleren dramatische foto’s. Erger nog, zegt Van Franeker, is dat stormvogels net als veel zeeschildpadden echte alleseters zijn. ‘Soms sterven de vogels doordat een groot object als een plastic zak de keel en het maagdarmstelsel afsluit. Maar vaker raken de dieren verzwakt doordat kleinere stukjes plastic afval in de maag het hongergevoel van de vogel wegnemen. De hersenen krijgen daardoor geen seintje meer van ‘eten, nu!’, waardoor vele vogels verhongeren.’
Van de onderzochte vogels vliegt 98 procent met plastic rond, de maag bevat gemiddeld dertig stukjes, is de conclusie van Van Franekers onderzoek. In september spreekt hij over de plastic maaginhoud van de stormvogels op een grote conferentie in Seattle.
Zijn collega Richard Thompson van de Universiteit van Plymouth vindt het curieus dat de plastic brij in de Stille Oceaan de enige is. ‘We zien zoveel plastic in zee, dat er best een Noord-Atlantisch afvaleiland kan ontstaan’, zegt de zeebioloog. Net als Van Franeker overlegt hij verontrustende studies naar zeedieren die steeds kleinere plastic deeltjes opnemen in hun maagdarmkanaal. ‘Het accumuleert in de maag en bereikt de darmen. We zien het vooral in zeepieren en in mosselen’, zegt Thompson. ‘Wat de effecten op de langere termijn zijn, is onbekend.’
Aan al dat zichtbare, drijvende plastic kleeft volgens de wetenschappers nog een onzichtbaar probleem. Kleeft kan hier letterlijk worden genomen, want allerhande organische vormen van microverontreiniging hebben de neiging zich aan de kunststoffen te hechten. ‘Plastic houdt niet van water; stoffen als ddt, pcb’s, nonylfenolen en broombrandvertragers doen dat evenmin; dus klonteren ze samen’, zegt milieuchemicus Hans van Weenen van de Universiteit van Amsterdam. ‘Veel van dergelijke residuen van bestrijdingsmiddelen, vlamvertragers en weekmakers zijn weliswaar al jaren verboden, maar ze worden toch nog vaak illegaal toegepast’, aldus Van Weenen, die tevens lector duurzaam ondernemen is aan de Windesheim-academie in Zwolle. ‘Bovendien breken ze zo slecht af, dat de restanten nog vaak decennialang rondzwerven.’
De grotere drijvende kunststoffen met de aangehechte chemische verontreiniging vormen niet zelden een bedrieglijk aantrekkelijk hapje voor vissen en zeezoogdieren doordat ze als een substraat dienen waarop zich algen afzetten. ‘Doordat er ook algen aan vastplakken, worden de kunststoffen zwaarder en zakken ze dieper in de waterkolom’, legt Van Weenen uit. ‘Zo vormen ze een prooi voor waterorganismen die zich minder aan de oppervlakte bewegen.’
Bolletjes
Van Weenen, geboren en getogen Castricummer, speurt al vele decennia naar plastic afval op het strand. Het gaat hem niet om ergerlijk zwerfafval als petflessen, badslippers of milkshakedeksels, nee, Van Weenen verzamelt kleine, wonderlijke bolletjes plastic.
Tijdens een korte strandwandeling trekt hij moeiteloos tientallen kunststoffen granulaatkorrels uit het zand. ‘Ze komen uit overboord geslagen containers en waren op weg gesmolten te worden tot allerlei producten.’
Als student milieuchemie werd zijn aandacht er in de jaren zeventig al door getrokken tijdens strandwandelingen; duizenden bolletjes. Dertig jaar later komen er steeds meer bij, strand op, strand af, door vloed en eb.
Ook aan de bolletjes kleven onzichtbare vormen van microverontreiniging, zoals de restanten van bestrijdingsmiddelen, zegt Van Weenen. ‘Deze stoffen zijn ook nog eens bijzonder slecht afbreekbaar, waardoor ze een gevaar vormen voor het waterleven in de wereldzeeën.’ Zowel Van Franeker als Van Weenen zegt dat er nauwelijks onderzoek wordt gedaan naar de neurotoxische effecten van het afval op het zenuwstelsel of naar de gevolgen ervan voor de hormoonhuishouding van het waterleven.
Weliswaar zijn de bolletjes slecht afbreekbaar, maar onder invloed van uv-licht van de zon, het zoute water en natuurlijke verwering vallen de deeltjes na verloop van tijd toch uiteen in minuscule stukjes, vaak niet dikker dan een mensenhaar. En daarin schuilt een gevaar dat mogelijk groter is dan van het kolossale eiland van wegwerpplastic. ‘Hoe kleiner de afzonderlijke deeltjes, hoe groter hun gezamenlijke oppervlakte, dus hoe meer giftige stoffen ze kunnen adsorberen’, zegt de Zweedse expert Frederik Norén. De marinebioloog verrichtte vorig jaar onderzoek op 16 locaties voor de Zweedse kust ten noorden van Göteborg. ‘Naast een standaardnet met mazen van 0,5 millimeter gebruikte ik ook een zeer fijnmazig net met gaatjes van slechts 0,08 millimeter om zeewatermonsters te nemen’, zegt Norén. In het grove net ontdekte de onderzoeker vergelijkbare hoeveelheden plastic als zijn Engelse collega Thompson. ‘Tot mijn verbazing trof ik in het fijnmazige net drie- tot twintigduizend keer zoveel plastic deeltjes aan, vaak vezelvormige structuren, van het type mensenhaar’, vertelt de bioloog aan de telefoon. ‘En juist aan die kleine deeltjes kleven de milieugevaarlijke stoffen. Ook de plasticberg in de Stille Oceaan zal na verloop van tijd in steeds kleinere deeltjes uiteenvallen.’
Schoonmaak
Als de plastic archipel zo zichtbaar en geconcentreerd is, waarom wordt de boel er dan niet als de bliksem uitgevist? Net als bij rampen met olietankers kan er een net omheen worden gelegd, waarna pompen en zuigers op schepen de zaak binnenhalen. Het zal een paar centen kosten, maar behalve de schoonmaak van de oceaan is er ook een opbrengst in de vorm van een gigantische partij kunststof: niets meer dan gestolde aardolie, die wellicht een rol kan spelen als brandstof.


volkskrant_page1_image2.jpg


‘Onmogelijk’, zegt Norén. ‘Het kunststofafval is weliswaar geconcentreerd, maar er zit eindeloos veel water tussen, zodat je jaren moet filteren.’ Ook Richard Thompson heeft er een hard hoofd in. ‘Het is een enorme brij van allerlei verschillende soorten plastic, met allemaal verschillende toeslagstoffen, kleuren en weekmakers. Wat moet je ermee? Verstoken wordt een helse klus’, zegt hij. Technisch is het vermoedelijk niet haalbaar, oordelen ook de wetenschappers Jan van Franeker en Hans van Weenen. ‘En als het al kan, is het bovenal zeer kostbaar.’
De Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) vindt het drijvende plastic niet haar pakkie-an. Ze wil het probleem ook niet in de Europese brancheorganisatie van de chemische industrie aan de orde stellen, laat staan er op wereldniveau aandacht voor vragen. ‘Het is de vervuiler die de problemen heeft veroorzaakt’, zegt woordvoerder Jan Willem Vreuls. ‘ Als ik met een auto dwars door een plantsoen rijd, kan ik toch ook niet de fabrikant van de auto aansprakelijk stellen?’
Bij het ministerie van Milieubeheer staat plastic op zee niet boven aan de lijst. ‘Gevaarlijk afval en gifschepen hebben een hogere prioriteit’, zegt een woordvoerder. ‘We financieren wel het VN-afvalprogramma.’ Zijn collega op het ministerie van Verkeer en Waterstaat zegt dat ‘het probleem van het afvaleiland in de wereldzee de verantwoordelijkheid van een land als Nederland overstijgt’.
Brussel reageert ronduit afwijzend. ‘De Europese Commissie beschikt niet over afdoende wetenschappelijk bewijs voor het bestaan van een eiland van afval in de Stille Oceaan’, laat de woordvoerder van milieucommissaris Dimas weten. ‘Mocht dat bewijs er komen, dan is het een zaak voor de landen in wier territoriale wateren het eiland ligt, of moet de VN ernaar kijken’, aldus Dimas, die al helemaal niet wil ingaan op ‘de hypothese dat een dergelijk eiland in de Atlantische Oceaan ontstaat’.
Bij het Milieubureau van de VN in Nairobi (Kenia) zegt woordvoerder Nick Nuttal dat het eiland het gevolg is van honderden miljoenen bronnen in de wereld. ‘Het is een global problem dat begint met het onthutsende gegeven dat er nog altijd plastic zakken in de supermarkt gratis worden weggegeven’, aldus Nuttal. ‘De VN overlegt met de Australische organisatie Clean Up the World om een schip naar het eiland te sturen, nog dit jaar, of anders begin volgend jaar. Dat schip kan natuurlijk nooit de troep opruimen, maar wel publiciteit en bewustzijn creëren.’

bekijk ook

Charles Moore sea of plastic

Help ons mee om dit verder te voorkomen klik HIER

bron: Volkskrant en svzo

HOME

Share |